ECLI:NL:RBROT:2022:11653

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2022
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
21/1228 en 21/1229
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c en e Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaren

De rechtbank Rotterdam heeft op 22 december 2022 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van twee schuldenaren. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging vanwege het niet nakomen van diverse verplichtingen door de schuldenaren, waaronder het niet voldoen aan de inspanningsplicht, informatieplicht en afdrachtplicht.

Tijdens de procedure verschenen de schuldenaren niet, ondanks behoorlijke oproeping. De bewindvoerder stelde dat schuldenaar onvoldoende had gesolliciteerd en zijn arbeidsstatus niet had aangetoond, terwijl schuldenares geen bewijs had geleverd van haar ziekteclaims die haar verhinderen te werken. Tevens was er sprake van een boedelachterstand van € 1.073,87 doordat geen afdracht aan de boedel had plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelde dat schuldenaren toerekenbaar tekort waren geschoten in hun verplichtingen en dat zij voldoende op de hoogte waren van hun verplichtingen. Daarom werd de schuldsaneringsregeling beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en e van de Faillissementswet. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal € 1.283,12 per schuldenaar. Er zijn geen baten beschikbaar en er is geen sprake van faillissement van rechtswege.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door de schuldenaren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer01] en [nummer02]
uitspraakdatum: 22 december 2022
Bij vonnis van deze rechtbank van 15 december 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam01]
en
[naam02],
[adres01]
[postcode01] [plaats01] ,
schuldenaren,
bewindvoerder: R. de Geus.

1..De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 20 oktober 2022 met dit verzoek ingestemd.
De mondelinge behandeling stond gepland op 23 november 2022. Schuldenaar heeft de rechtbank op 22 november 2022 gemaild dat hij ziek was en niet ter zitting zou kunnen verschijnen. De rechtbank heeft daarom de mondelinge behandeling verplaatst naar
7 december 2022. Door onvoorziene omstandigheden kon de zitting op 7 december 2022 niet doorgaan en is deze vervolgens verplaatst naar 22 december 2022.
De bewindvoerder heeft op 15 november en 15 december 2022 een stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen.
De bewindvoerder is gehoord ter terechtzitting van 22 december 2022. Schuldenaren zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..De standpunten

Als grond voor de voordracht heeft de bewindvoerder aangevoerd dat schuldenaren zich niet aan hun inspanningsverplichting, informatieverplichting en afdrachtverplichting hebben gehouden.
Schuldenaar heeft vanaf aanvang regeling 32 uur per week gewerkt. Dit betekent dat schuldenaar een aanvullende sollicitatieplicht had, hier heeft hij niet aan voldaan. Op het verhoor van 15 juni 2022 heeft schuldenaar verklaard dat hij per 1 mei 2022 fulltime werkzaam was. De bewindvoerder kan dit echter niet nagaan, aangezien schuldenaar zijn nieuwe arbeidsovereenkomst niet heeft opgestuurd, noch heeft hij nieuwe loonstroken aangeleverd waaruit dit zou blijken. Schuldenares stelt al sinds aanvang regeling dat zij niet kan werken omdat het gezin last heeft van schurft. Tijdens het verhoor van 15 juni 2022 is aan schuldenaren de opdracht gegeven bewijs aan te leveren van het ziektebeeld van de zoon en schuldenares en dat hierdoor permanente zorg voor de zoon nodig was die enkel door schuldenares kon worden gegeven. Schuldenaren hebben dit tot heden niet aangetoond. Schuldenares heeft vanaf aanvang regeling geen sollicitatiebewijzen overgelegd.
Ten aanzien van de informatieplicht heeft de bewindvoerder gesteld dat schuldenaren deze verplichting niet zijn nagekomen, nu schuldenaren na het tweede verslag van 15 juli 2022 geen stukken meer hebben overgelegd.
Berekend tot en met september 2022 is sprake van een (geschatte) boedelachterstand van
€ 1.073,87. De boedelachterstand is ontstaan doordat vanaf aanvang regeling niets is afgedragen aan de regeling. Schuldenaren hebben op 18 juli 2022 voorgesteld om de achterstand binnen vier maanden in te lopen. Echter, hebben schuldenaren geen extra afdracht aan de boedel verricht. Sterker nog, de reguliere afdracht werd ook niet afgedragen aan de boedel.

3..De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 67.410,00 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
Schuldenaren zijn tekortgeschoten in de nakoming van de inspanningsverplichting. Schuldenaar is sinds aanvang van de regeling 32 uur per week werkzaam en heeft niet aanvullend gesolliciteerd. Op het verhoor van 15 juni 2022 heeft schuldenaar verklaard dat hij per 1 mei 2022 fulltime werkzaam zou zijn, hij heeft dit echter niet aangetoond. Daarnaast is schuldenares niet werkzaam en heeft zij sinds aanvang regeling niet aantoonbaar gesolliciteerd. Namens schuldenares is verklaard dat zij vanwege schurft in het gezin niet kan werken. Ook dit is niet aangetoond, ondanks meerdere mogelijkheden daartoe.
Daarnaast zijn schuldenaren tekortgeschoten in de nakoming van de informatieverplichting. Schuldenaren hebben na het tweede verslag van 15 juli 2022 geen stukken meer overgelegd, waardoor meerdere stukken ontbreken.
De rechtbank stelt voorts vast dat schuldenaren tekort zijn geschoten in de afdrachtverplichting. Er is sprake van een geschatte boedelachterstand van € 1.073,87. Schuldenaren hebben sinds aanvang regeling niets aan de boedel afgedragen. Gemaakte afspraken over het inlopen van de boedelachterstand zijn niet nagekomen.
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaren niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaren, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 19 april 2022 en de verhoren door de rechter-commissaris op 15 juni 2022 en 12 oktober 2022, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest. Dat schuldenaren niet aanwezig waren bij het verhoor van 12 oktober 2022 komt voor hun rekening en risico.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en e, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

4..De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 1.283,12 per schuldenaar;
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 december 2022. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.