Partijen, ex-samenwoners, zijn in geschil over de eigendom van een paard en de terugbetaling van een geldlening. Eiser stelt eigenaar te zijn van het paard omdat hij de koopsom heeft betaald, en vordert betaling van een restant geldlening. Gedaagde betwist dit en stelt eigenaar te zijn van het paard en dat de lening al is verrekend met een afwikkelingsbedrag van de woning.
De rechtbank beoordeelt dat gedaagde een geldige koopovereenkomst met de stal heeft gesloten en dat het paard rechtsgeldig is geleverd aan gedaagde. Het bezit en de overdracht zijn voldoende aangetoond, waardoor gedaagde eigenaar is. Het beroep op verrekening door gedaagde faalt omdat onvoldoende is aangetoond dat partijen een verrekeningsafspraak van € 9.000,- hebben gemaakt.
Verder oordeelt de rechtbank dat de geldlening nog niet opeisbaar is omdat partijen geen maandelijkse termijnen zijn overeengekomen, maar een terugbetaling binnen één jaar. De ontbinding van de geldlening door eiser is daardoor onterecht. De vordering van gedaagde tot vergoeding van Ziggo-kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.