De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming tot machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij oma vaderszijde in een netwerkpleeggezin voor de duur van zes maanden.
De kinderen zijn sinds 2019 onder toezicht gesteld en wonen bij de moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent over het oudste kind en samen met de vader over de jongere twee. Ondanks jarenlange hulpverlening en een gezinsopname in 2022 is de moeder niet in staat gebleken de basale zorg, structuur en opvoedvaardigheden blijvend te bieden. De vader is onvoldoende betrokken en heeft geen eigen woning om de kinderen op te vangen.
De kinderrechter oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De kinderen worden voorlopig geplaatst bij oma, die ondersteuning krijgt van een pleegzorgwerker. De behandeling van het overige verzoek wordt aangehouden tot 1 mei 2023, waarna de GI zal rapporteren over de stand van zaken en eventuele handhaving van het verzoek.