AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onder toezichtstelling van minderjarige kinderen wegens huiselijk geweld en opvoedproblemen
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 17 november 2022 om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2014 en 2019, vanwege huiselijk geweld en zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. De kinderen wonen bij de moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent. De kinderen zijn regelmatig getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders en tussen de moeder en haar nieuwe ex-partner, wat gevolgen heeft voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling en gevoel van veiligheid.
Tijdens de zitting op 20 december 2022, waar zowel de ouders als vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren, werd het verzoek gehandhaafd. De gecertificeerde instelling ondersteunt het verzoek en meldt dat sinds oktober 2022 hulpverlening en opvoedondersteuning bij de moeder thuis plaatsvinden. Positief is dat de ouders elkaar dagelijks ondersteunen in de zorg voor de kinderen en afspraken hebben gemaakt over de omgang.
De kinderrechter oordeelt dat het wettelijke criterium van artikel 1:255 BWPro is voldaan en dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door het huiselijk geweld en het ontbreken van structuur thuis. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de ouders te ondersteunen, hulpverlening in te zetten en de ontwikkeling van de kinderen te volgen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden uitgesproken, met onmiddellijke uitvoerbaarheid.
De beschikking is mondeling gegeven op 20 december 2022 en schriftelijk vastgesteld op 9 januari 2023. Zowel de moeder als de vader stemmen in met het verzoek en de ondertoezichtstelling. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige kinderen onder toezicht voor twaalf maanden wegens huiselijk geweld en opvoedproblemen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/648025 / JE RK 22-2647
Datum uitspraak: 20 december 2022
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
betreffende
[naam minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2014 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[naam minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2019 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van
17 november 2022, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 20 december 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn: - de vader; - de moeder; - een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster 1] ; - een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming
Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster 2] .
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.
Het verzoek
De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De kinderen groeien op in een opvoedsituatie waar huiselijk geweld plaats vond en nog steeds plaatsvindt. De kinderen zijn regelmatig getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders en tussen de moeder en haar nieuwe (maar inmiddels weer) ex-partner. Dit heeft gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en basisgevoel van veiligheid bij de kinderen. Bij [voornaam minderjarige 1] lijken de gevolgen hiervan zichtbaar, nu zij de moeder wil beschermen. Ook zijn er zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. [voornaam minderjarige 1] verschijnt moe op school en komt regelmatig te laat. Bij de moeder is sprake van een patroon van huiselijk geweld. Tot op heden is het met vrijwillige hulpverlening niet gelukt om dit patroon te doorbreken. Positief is dat het de ouders is gelukt om elkaar te ondersteunen in de zorg voor de kinderen.
De standpunten
De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund. Begin oktober 2022 is stichting Arosa gestart met individuele hulpverlening en opvoedondersteuning bij de moeder thuis. Er wordt gekeken naar de partnerkeuze van de moeder en het patroon van huiselijk geweld. Ook voert Stichting Arosa gesprekken met de kinderen. Op 10 november 2022 is er een Veilig Thuis melding gedaan over een overdrachtsmoment dat niet goed verliep. De GI wil daarom samen met de ouders afspraken maken om de overdrachtsmomenten rustig te laten verlopen. Positief is dat de ouders elkaar dagelijks ondersteunen in de opvoeding.
De moeder is het eens met het verzoek. De verstandhouding en de communicatie met de vader is goed. De kinderen zijn de ene week bij de moeder en de andere week bij de vader.
De vader is het eens met het verzoek. De onenigheid bij het overdrachtsmoment hebben de ouders daarna met elkaar besproken. De vader vertrouwt erop dat het met hulp van de GI goed komt.
De beoordeling
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek.
Op dit moment worden [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De kinderen zijn vanaf jonge leeftijd regelmatig getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders, maar ook tussen de moeder en haar nieuwe ex-partner. Bij de moeder lijkt sprake te zijn van een patroon van huiselijk geweld. Ook ontbreekt het aan structuur in de thuissituatie. De kinderen zijn vermoeid en [voornaam minderjarige 1] komt regelmatig te laat of niet op school. Er is weinig zicht op de emotionele ontwikkeling van de kinderen en de interactie tussen de ouders en de kinderen. Positief is dat het de ouders is gelukt om afspraken met elkaar te maken over de omgang met de kinderen. Ook is onlangs Stichting Arosa gestart met individuele hulpverlening en opvoedondersteuning in de thuissituatie. Het is belangrijk dat er zicht komt op de opvoedvaardigheden en beschikbaarheid van de moeder. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de ouders te ondersteunen in de opvoeding, hulpverlening in te zetten en de ontwikkeling van de kinderen te volgen. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 20 december 2022 tot
20 december 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022 door mr. P. Vlaardingerbroek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 9 januari 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.