De rechtbank Rotterdam behandelde op 2 december 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van woninginbraak te Spijkenisse in april 2022. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van zes maanden wegens het aantreffen van het DNA van verdachte op een takje dat bij de woning was geplaatst, wat volgens het OM duidde op betrokkenheid bij de inbraak.
De verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde wel eens takjes te plaatsen voor verkenningen, maar niet op deze locatie. De rechtbank oordeelde dat het enkele DNA-spoor op het takje onvoldoende bewijs levert voor schuld aan de woninginbraak, ondanks de verklaring van de verdachte en de aangetroffen goederen.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €5.400,-, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd omdat de verdachte niet had voldaan aan de voorwaarden.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit, wees de schadevordering af wegens niet-ontvankelijkheid en wees de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.