ECLI:NL:RBROT:2022:11924
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaars beoordeling wegens voldoende verdiencapaciteit
Eiser, voormalig bezorger, meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling concludeerde een verzekeringsarts dat eiser beperkingen had, maar geen ernstige psychische stoornissen. De arbeidsdeskundige stelde vast dat eiser meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen met gangbare functies, waarop de uitkering werd beëindigd.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege hyperventilatie en angststoornis. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep herzag het medisch oordeel en stelde enkele extra beperkingen vast, maar bevestigde dat eiser meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onderschreef dit.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen reden was om aan het medisch oordeel te twijfelen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd en betrouwbaar beschouwd. De rechtbank wees het beroep af en handhaafde het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.