De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde op 25 november 2022 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft in een netwerkpleeggezin sinds een spoedplaatsing in augustus 2022 vanwege een verwarde toestand van de moeder.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en werkt positief mee aan hulpverlening. Er is sprake van een positieve ontwikkeling met begeleide bezoeken en samenwerking met hulpinstanties. De Raad verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden en machtiging tot uithuisplaatsing voor vier maanden, met het oog op een zorgvuldige terugplaatsing en het voorkomen van crisissituaties.
De kinderrechter oordeelt dat voldaan is aan de wettelijke criteria uit het Burgerlijk Wetboek en acht de ondertoezichtstelling en machtiging noodzakelijk in het belang van de minderjarige. Er wordt toegewerkt naar thuisplaatsing, waarbij de betrokkenheid van de jeugdbescherming essentieel blijft voor passende hulpverlening en toezicht.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld via de griffie van het gerechtshof te Den Haag.