ECLI:NL:RBROT:2022:120
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstand wegens niet overleggen bankafschriften
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Na beëindiging van haar dienstverband per 14 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de bijstand hervat met een maatregel van 100% verlaging over januari 2022 wegens het niet overleggen van bankafschriften.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat zij niet door eigen toedoen haar baan had verloren en dat er dringende redenen waren om af te zien van de maatregel, onder meer vanwege haar zorg voor zieke kinderen en terugkerende kosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van een spoedeisend financieel belang, mede omdat verzoekster een betaling van €1.500,- had ontvangen en beschikte over toeslagen en kinderbijslag. Tevens was er geen evident onrechtmatigheid van het besluit, omdat verzoekster niet had aangetoond dat andere mogelijkheden waren besproken om haar dienstverband te behouden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstand is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.