De Stichting Vestia vordert betaling van achterstallige huur van huurders die een woning huren sinds augustus 2018. De huurders stellen dat de woning een gebrek heeft vanwege een te hoge binnentemperatuur in de zomer, veroorzaakt door onvoldoende ventilatie en grote glasoppervlakken. Zij hebben Vestia gesommeerd het gebrek te verhelpen, wat niet is gebeurd, waarna zij zelf mobiele airco's hebben aangeschaft en de kosten daarvan met de huur hebben verrekend.
Vestia betwist dat er sprake is van een gebrek en wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat het ventilatiesysteem voldoet aan de wettelijke eisen en naar behoren functioneert. De huurders hebben onvoldoende onderbouwd dat de binnentemperatuur structureel te hoog is. De rechtbank oordeelt dat het gebrek niet is komen vast te staan, waardoor Vestia niet in verzuim is geraakt en de huurders de kosten van de airco's niet mogen verrekenen.
De huurders erkennen daarmee een deel van de huur niet betaald te hebben. De rechtbank veroordeelt hen tot betaling van de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook worden zij in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.