Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- de heer [naam01] , werkzaam bij Van der Linden c.s. (hierna te noemen schuldhulpverlening);
- mr. E.E.W. Danen, advocaat, gemachtigde van ABN.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om ABN AMRO Bank te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Het akkoord betrof een betaling van 3,72% van de vordering van €403.466,07, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die parttime werkt vanwege medische klachten. Verzoekster heeft geen inkomen en is medisch arbeidsongeschikt.
ABN AMRO Bank weigerde in te stemmen met het akkoord omdat het aanbod te laag is, onvoldoende transparant en niet het maximaal haalbare betreft. ABN stelde dat verzoekers financiële ondersteuning krijgen van familie en vrienden die niet als inkomen is meegenomen, dat verzoeker mogelijk meer uren kan werken dan nu, en dat verzoekers het verkoopproces van hun woning hebben gefrustreerd.
De rechtbank oordeelde dat ABN in redelijkheid mocht weigeren omdat het aanbod onvoldoende inzicht geeft in de daadwerkelijke afloscapaciteit, mede door de financiële ondersteuning van derden. Tevens is niet aannemelijk dat verzoeker niet meer kan werken dan nu en is onduidelijk of verzoekster blijvend arbeidsongeschikt is. Het aanbod is niet het uiterste wat verzoekers kunnen bieden. De belangen van ABN als schuldeiser wegen zwaarder dan die van verzoekers en overige schuldeisers.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot gedwongen schuldregeling af. Het vonnis is gewezen door rechter C. de Jong op 8 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat het aanbod niet het maximaal haalbare betreft en de belangen van de schuldeiser zwaarder wegen.