De rechtbank Rotterdam heeft op 23 december 2022 besloten tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind, geboren in 2011, voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 10 maart 2023.
De beslissing volgt op een incident waarbij de politie een verwarde en agressieve moeder aantrof, onder invloed van alcohol, terwijl het kind aanwezig was. Er werden wondjes op het kind vastgesteld die door een forensisch arts als toegebracht letsel werden aangemerkt, wat aanleiding gaf tot zorgen over mogelijke kindermishandeling. Eerdere vergelijkbare incidenten en psychiatrische vermoedens bij de moeder versterkten deze zorgen.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven het verzoek tot verlenging, terwijl de moeder zich verzette en pleitte voor terugplaatsing met inzet van ambulante hulpverlening. De kinderrechter oordeelde dat de veiligheid van het kind op dit moment niet kan worden gegarandeerd en dat verder onderzoek en hulpverlening noodzakelijk zijn alvorens terugplaatsing verantwoord is.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het kind verblijft in een pleeggezin en begeleide bezoeken worden opgestart. De moeder staat open voor hulpverlening, waaronder traumabehandeling. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.