ECLI:NL:RBROT:2022:12022
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling wegens positieve ontwikkeling en noodzaak begeleiding
De veroordeelde is op 21 april 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan hij op 1 januari 2022 voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld met een proeftijd van 365 dagen. Tijdens deze proeftijd zijn diverse voorwaarden gesteld, waaronder het naleven van gedragsregels, medewerking aan reclasseringstoezicht en het volgen van behandelingen.
Op 18 november 2022 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot verlenging van de proeftijd met een jaar, onderbouwd met een rapport van de reclassering. De reclassering constateerde een positieve kentering in de houding van de veroordeelde, die zich beter aan afspraken houdt en vooruitgang boekt op leefgebieden zoals dagbesteding, middelengebruik en financiën. Echter is stabiele huisvesting nog niet gerealiseerd.
Tijdens de terechtzitting op 16 december 2022 werden de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsvrouw gehoord, evenals een reclasseringswerker die het belang van verlenging voor continuering van begeleiding en huisvesting benadrukte. De rechtbank acht de verlenging noodzakelijk en proportioneel om de positieve ontwikkeling te bestendigen en de begeleiding voort te zetten.
De rechtbank wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met 365 dagen, zodat de veroordeelde de kans krijgt zijn stabiliteit te behouden en zijn woonvoorziening met ambulante begeleiding kan voortzetten.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 365 dagen.