De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds maart 2021 vrijwillig in een pleeggezin verblijft. De moeder heeft zonder overleg de minderjarige op 5 december 2022 van school meegenomen en niet teruggebracht, wat leidde tot een onveilige situatie waarbij het kind alleen thuis werd aangetroffen.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de opvoedvaardigheden van de moeder onvoldoende zijn en dat zij onvoldoende rekening houdt met het belang van het kind. De vader steunt de ondertoezichtstelling maar verzet zich tegen de uithuisplaatsing. De gezinsvoogd sluit zich aan bij het verzoek van de Raad en benadrukt de noodzaak van duidelijkheid en stabiliteit.
De kinderrechter concludeert dat de vrijwillige hulpverlening niet langer toereikend is en dat een gedwongen hulpverleningstraject noodzakelijk is. De uithuisplaatsing wordt verlengd tot uiterlijk 6 maart 2023 om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te waarborgen.