Verzoekster, een besloten vennootschap die verpakkingen en reclamematerialen drukt, vroeg om verlenging van de afkoelingsperiode in het kader van een WHOA-procedure. De rechtbank had eerder een afkoelingsperiode van twee maanden toegekend en werd nu verzocht deze met drie maanden te verlengen.
Boost Collectibles B.V. en Boost Collectibles A.G. dienden een zienswijze in tegen het verzoek, stellende dat verzoekster onvoldoende voortgang had geboekt en onvoldoende informatie had verstrekt. Verzoekster stelde dat de verlenging noodzakelijk was om de onderneming voort te zetten en het akkoord voor te bereiden, waarbij belangrijke stappen waren gezet, zoals het inschakelen van herstructureringsdeskundigen en het opstellen van een reorganisatiewaarde.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster tijdig en ontvankelijk was en dat Boost niet ontvankelijk was in haar zienswijze wegens het te laat indienen. De rechtbank vond dat verzoekster voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij belangrijke vooruitgang had geboekt en dat verlenging noodzakelijk was om de onderneming voort te zetten en het akkoord voor te bereiden. Ook achtte de rechtbank dat de belangen van schuldeisers bij verlenging waren gediend en dat derden niet wezenlijk werden geschaad.
Daarom werd het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode met drie maanden toegewezen, ingaande 9 januari 2022.