Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de heer [naam] , feitelijk bestuurder van verzoekster;
- de heer [naam] , tijdelijk financieel directeur van verzoekster;
- mr. A.C.E.G. Cordesius, advocaat van verzoekster.
Rechtbank Rotterdam
De besloten vennootschap [verzoekster], actief in installatie en verkoop van zonnepanelen en koelinstallaties, verzocht de rechtbank Rotterdam om een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro af te kondigen. Dit verzoek volgde op faillissementsaanvragen van twee schuldeisers. De vennootschap verkeert in financiële moeilijkheden, mede veroorzaakt door de coronacrisis, ziekte van de bestuurder en het wegnemen van klanten door een voormalig werknemer.
Tijdens de zitting op 5 september 2022 trok verzoekster het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige in en vroeg zij uitsluitend om de afkoelingsperiode. De rechtbank oordeelde dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming tijdens de onderhandelingen over een akkoord te laten voortbestaan en dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hiermee worden gediend. De rechtbank stelde vast dat de faillissementsaanvragers niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.
De rechtbank besloot de afkoelingsperiode niet voor de gevraagde vier maanden, maar voor twee maanden af te kondigen, met de mogelijkheid tot verlenging onder strikte voorwaarden. Gedurende deze periode kunnen schuldeisers geen verhaal uitoefenen zonder toestemming van de rechtbank en wordt de behandeling van faillissementsverzoeken geschorst. Hiermee krijgt verzoekster de ruimte om een akkoord aan te bieden en haar schuldenlast te herstructureren.
Uitkomst: De rechtbank kondigt een afkoelingsperiode van twee maanden af om de onderneming te laten voortbestaan en onderhandelingen over een akkoord mogelijk te maken.