ECLI:NL:RBROT:2022:12199

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
24 juli 2023
Zaaknummer
C/10/632743/ FT EA 22/40
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 382 FwArt. 383 lid 1 FwArt. 383 lid 4 FwArt. 383 lid 5 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Dagbepaling behandeling homologatie verzoek onderhands akkoord Faillissementswet

Verzoekster, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, heeft op 21 oktober 2021 een startverklaring ingediend conform artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro. Op 28 januari 2022 heeft zij het stemverslag volgens artikel 382 Fw Pro en het verzoek tot homologatie van het akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw Pro ingediend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat alle klassen schuldeisers hebben ingestemd met het akkoord, waardoor op basis van artikel 383 lid 4 Fw Pro de behandeling van het homologatieverzoek kan worden vastgesteld. De behandeling zal plaatsvinden op 8 februari 2022 om 14.00 uur via een videozitting met Microsoft Teams.

De rechtbank heeft bepaald dat verzoekster de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld schriftelijk moet informeren over deze beschikking en hen moet wijzen op de mogelijkheid om via de griffier een link voor deelname aan de videozitting aan te vragen. De beschikking is op 1 februari 2022 in het openbaar uitgesproken door de drie rechters en griffier.

Uitkomst: De rechtbank stelt de datum vast voor de behandeling van het homologatieverzoek op 8 februari 2022 via een videozitting.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Dagbepaling behandeling verzoek homologatie onderhands akkoord
rekestnummer: C/10/632743/ FT EA 22/40
uitspraakdatum: 1 februari 2022
beschikking op het ingekomen verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] B.V.,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
advocaat mr. F. el Houzi, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 21 oktober 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van Pro de Faillissementswet (hierna: Fw) gedeponeerd.
1.2.
Op 28 januari 2022 heeft verzoekster het stemverslag op grond van artikel 382 Fw Pro ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.
1.3.
Op 28 januari 2022 is ingekomen een verzoekschrift met bijlagen tot homologatie van een door verzoekster aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw Pro.

2.De bepaling van de zitting

2.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 28 januari 2022 ingediende verzoekschrift met bijlagen ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) en zal, nu blijkens de stukken alle klassen hebben ingestemd met homologatie van het akkoord, gezien artikel 383 lid 4 Fw Pro, de zitting bepalen waarop zij de homologatie behandelt.
2.2.
Het verzoek tot homologatie zal worden behandeld op een videozitting, waarbij gebruik wordt gemaakt van Microsoft Teams.
2.3.
Verzoekster en schuldeisers kunnen zich wenden tot de griffier van de rechtbank Rotterdam (insolventies1@rechtspraak.nl) teneinde een link te ontvangen, waarmee zij kunnen deelnemen aan deze videozitting.

3.De rechtbank:

- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw Pro op een videozitting wordt behandeld op
8 februari 2022 te 14.00 uurmet gebruikmaking van Microsoft Teams, door mr. F. Damsteegt, mr. P.J. Neijt en mr. J.H. Steverink, rechters;
- bepaalt dat verzoekster de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld schriftelijk in kennis stelt van deze beschikking (artikel 383 lid 5 Fw Pro), en hen wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Rotterdam per e-mail aan
insolventies1@rechtspraak.nlop te vragen link deel te nemen aan de videozitting.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. P.J. Neijt en mr. J.H. Steverink, rechters, en is in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2022.