ECLI:NL:RBROT:2022:12204

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
C/10/632311 FT HO 22/31
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 371 lid 10 FwArt. 380 lid 4 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling budget observator in openbare WHOA-akkoordprocedure

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van het budget van de observator in een openbare akkoordprocedure ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro (Fw) van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gevestigd te [vestigingsplaats]. Na de openingsbeslissing waarbij de rechtbank haar bevoegdheid bevestigde en een observator aanstelde, diende de observator een begroting in van zijn kosten.

De rechtbank beoordeelde deze begroting aan de hand van artikel 380 lid 4 Fw Pro juncto artikel 371 lid 10 Fw Pro en vond de voorgestelde kosten niet onredelijk. Het budget werd daarom vastgesteld op €10.000,- vermeerderd met €400,- kantoorkosten exclusief btw.

De rechtbank bepaalde dat deze kosten ten laste van verzoekster komen en dat zij zekerheid dient te stellen voor de betaling daarvan. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door drie rechters en griffier op 1 maart 2022.

Uitkomst: Het budget van de observator wordt vastgesteld op €10.000 plus €400 kantoorkosten, kosten komen ten laste van verzoekster die zekerheid moet stellen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer
Vaststellen budget observator
rekestnummer: 632311 FT HO 22/31
uitspraakdatum: 1 maart 2022
beschikking in de openbare akkoordprocedure van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. B. Besseling,
hierna: [vestigingsplaats] .

1.De procedure

1.1.
[vestigingsplaats] heeft op 11 januari 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw Pro ter griffie gedeponeerd.
1.2.
In de openingsbeslissing van 7 februari 2022 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een openbare procedure vastgesteld, is een afkoelingsperiode gelast en is mr. R. le Grand aangewezen als observator.
1.3.
In de beschikking is de vaststelling van het budget van de observator en de door hem te raadplegen derden aangehouden.
1.4.
Bij brief van 18 februari 2022 heeft de observator een begroting van zijn kosten gegeven. De observator heeft daarbij vermeld dat hij de begroting aan [vestigingsplaats] heeft voorgelegd en dat zij daar geen opmerkingen bij had.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank dient op grond van artikel 380 lid 4 Fw Pro juncto artikel 371 lid 10 Fw Pro het bedrag vast te stellen dat de werkzaamheden van de observator ten hoogste mogen kosten. De door de observator ingediende begroting voor de werkzaamheden komt de rechtbank, mede in het licht van het voorgestelde plan van aanpak, niet onredelijk voor. De rechtbank zal het budget dienovereenkomstig vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de observator mogen kosten vast op € 10.000,-, te vermeerderen met € 400,- kantoorkosten (exclusief btw);
- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van [vestigingsplaats] komen, en dat [vestigingsplaats] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en
mr. J.H. Steverink, rechters, en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2022.
De griffier is buiten staat deze
beslissing mede te ondertekenen