ECLI:NL:RBROT:2022:12207

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 april 2022
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
C/10/632311 FT HO 22/31
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet 380
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling salaris en kosten observator in WHOA-akkoordprocedure

In deze zaak ging het om de vaststelling van het salaris en de gemaakte kosten van de observator in een WHOA-akkoordprocedure van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gevestigd te [vestigingsplaats]. De rechtbank Rotterdam ontving een opgave van de observator van zijn kosten en gaf de verzoekster de gelegenheid hierop te reageren.

De verzoekster bracht geen bezwaren naar voren tegen de door de observator opgegeven kosten. De rechtbank vond het gevraagde bedrag van €8.500 voor salaris en €340 voor kantoorkosten, exclusief BTW, niet onredelijk. Eerder was bepaald dat deze kosten ten laste van de verzoekster komen.

Op basis van deze feiten stelde de rechtbank het salaris en de kantoorkosten van de observator definitief vast conform de opgave. De beschikking werd uitgesproken door drie rechters en griffier J. Hillen-Huizer op 4 april 2022.

Uitkomst: Het salaris en de kosten van de observator worden definitief vastgesteld op €8.500 en €340 exclusief BTW.

Uitspraak

Rechtbank ROTterdam

Team insolventie
vaststelling salaris observator
rekestnummer: 632311 FT HO 22/31
uitspraakdatum: 4 april 2022
beschikking in de openbare akkoordprocedure van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. B. Besseling,
hierna: [verzoekster] .

1.De procedure

1.1.
Bij beschikking van 21 maart 2022 is de aanstelling van mr. R. Le Grand als observator ingetrokken, is mr. Le Grand opgedragen om een overzicht van zijn als observator gemaakte kosten op te stellen en aan Vendo en de rechtbank toe te zenden en is tot slot de definitieve vaststelling van het salaris van de observator aangehouden.
1.2.
Op 28 maart 2022 is ter griffie van deze rechtbank een brief met bijlagen van mr. Le Grand ontvangen met daarin een opgave van zijn gemaakte kosten als observator.
1.3.
Op 29 maart 2022 is aan mr. Besseling een kopie van de brief d.d. 28 maart 2022, met bijlagen, van mr. Le Grand toegezonden en is [verzoekster] in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze te geven op de door mr. Le Grand als observator gemaakte kosten.
1.4.
Bij brief van 31 maart 2022 heeft mr. Besseling namens [verzoekster] bericht dat Vendo geen opmerkingen heeft over de kosten welke door de observator zijn gemaakt.

2.De beoordeling

2. De observator vraagt de rechtbank de kosten vast te stellen op € 8.500 voor salaris en € 340 voor kantoorkosten, beide bedragen te vermeerderen met BTW. Dit bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor. Nu ook van de zijde van [verzoekster] geen bezwaren naar voren zijn gebracht, zal de rechtbank de kosten van de observator definitief vaststellen conform de opgave van de observator. In de beschikking van 7 februari 2022 is reeds bepaald dat deze kosten ten laste van [verzoekster] komen.

3.De beslissing

De rechtbank:
stelt het salaris van de observator definitief vast op € 8.500,00, te vermeerderen met kantoorkosten ad € 340,00, beide bedragen exclusief BTW.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en
mr. J.H. Steverink, rechters, en in aanwezigheid van J. Hillen-Huizer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 april 2022.
De griffier is buiten staat om deze
beslissing te ondertekenen