Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
donderdag 25 augustus 2022 om 14.30 uurvia een videoverbinding, voor de rechters mr. B.A. Cnossen, mr. R.P. van Eerde en mr. J. Schreurs-van de Langemheen;
Rechtbank Rotterdam
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid verzoekster heeft op 16 augustus 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro ingediend en een verzoekschrift tot afkondiging van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro voor vier maanden ingediend. De afkoelingsperiode is bedoeld om verzoekster de ruimte te geven een akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat zij rechtsmacht heeft om het verzoek te behandelen en verleende bij wijze van tijdelijke voorziening de gevraagde afkoelingsperiode. Dit betekent dat gedurende deze periode geen derden verhaal kunnen nemen op goederen van verzoekster zonder toestemming van de rechtbank. Tevens werd de behandeling van het door een schuldeiser ingediende faillissementsverzoek geschorst.
De schuldeiser [Z], wiens belangen door de afkoelingsperiode worden geraakt, wordt in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven tijdens een zitting op 25 augustus 2022. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat deze zitting heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De rechtbank heeft een voorlopige afkoelingsperiode van vier maanden toegekend en de behandeling van het faillissementsverzoek geschorst.