Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
- de ter rolzitting van 9 december 2021 door het Havenbedrijf ingediende akte, met productie;
- de ter rolzitting van 6 januari 2022 door [gedaagde] ingediende akte, met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert Havenbedrijf Rotterdam de terugbetaling van onverschuldigd betaalde overuren aan een werknemer. De kantonrechter oordeelt dat niet alle overuren onverschuldigd zijn, omdat 11 uur overwerk per maand over 2018 en 2019 in mindering moet worden gebracht. Na verrekening van reeds betaalde bedragen resteert een vordering van €75.237,62.
De werknemer betwistte de berekening en stelde dat hij meer overuren had gemaakt, waar leidinggevenden van op de hoogte waren. Dit verweer werd onvoldoende gemotiveerd geacht, waardoor de kantonrechter uitgaat van de berekening van het Havenbedrijf. De vordering tot onverschuldigde betaling wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 18 juni 2020.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €1.527,38 toegewezen en wordt de werknemer veroordeeld in de proceskosten. De werknemer vorderde in reconventie betaling voor bekeken en bewerkte foto’s, maar deze vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van ruim €75.000 aan onverschuldigde overuren met wettelijke rente en incassokosten.