De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de vader om de kinderalimentatie te verlagen naar €103 per maand per kind met ingang van 1 maart 2022. De vader stelde dat zijn inkomen was gedaald doordat hij was overgestapt van zelfstandig ondernemer naar loondienst, wat hij niet meer kon combineren met zijn gezondheid en gezinssituatie.
De moeder betwistte het verzoek en stelde dat er geen sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden. De rechtbank heeft de draagkracht van beide ouders berekend aan de hand van het netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met vaste lasten, woonlasten en fiscale schulden. De vader kon onvoldoende aantonen dat zijn inkomen daadwerkelijk was gedaald en dat dit inkomensverlies niet herstelbaar of verwijtbaar was.
De rechtbank concludeerde dat het vermeende inkomensverlies het gevolg was van keuzes van de vader en dat hij onvoldoende medische of financiële onderbouwing had geleverd. Ook waren er twijfels over de beëindiging van zijn onderneming en de hoogte van zijn huidige salaris. De draagkracht van de vader werd vastgesteld op €438 per maand, wat voldoende was om de alimentatie te voldoen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie af en bepaalde dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen. De beschikking werd op 1 november 2022 uitgesproken door rechter M.P. den Hollander.