Eiser had een verzoek ingediend bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) om handhavend op te treden tegen Waternet wegens het in rekening brengen van een toeslag van €1,50 voor papieren drinkwaterfacturen, wat volgens eiser misbruik van economische machtspositie is in strijd met de Mededingingswet.
Verweerder (ACM) had eiser niet als belanghebbende aangemerkt en het bezwaar tegen die afwijzing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank stelt vast dat eiser als afnemer van Waternet een persoonlijk en objectief bepaalbaar belang heeft, ook al is het bedrag gering en delen anderen dit belang.
De rechtbank concludeert dat het verzoek van eiser wel een aanvraag is als bedoeld in de Awb en het besluit van ACM een besluit in de zin van de Awb is. ACM wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek in het besluit binnen zes weken te herstellen door alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en geeft partijen gelegenheid tot nadere reacties. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk, maar dit kan samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.