Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vordering nabestaande/ schadevergoedingsmaatregel
duurzaameen gemeenschappelijke huishouding voerden. Het ter onderbouwing van de stellingen van de benadeelde partij overgelegde huurcontract vormt hiervoor onvoldoende een basis. Evenmin staat voldoende vast dat het slachtoffer en de benadeelde partij een zodanig nauwe en affectieve relatie hadden, dat de vordering van de benadeelde partij op grond van de hardheidsclausule zou moeten worden gehonoreerd. Ten slotte valt in deze procedure niet eenvoudig vast te stellen in welke mate het gedrag van het slachtoffer betrokken dient te worden in de vaststelling van de hoogte van de eventueel aan de verdachte toe te rekenen en op te leggen schadevergoeding. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;