ECLI:NL:RBROT:2022:1310
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering en betaling achterstallige huur in kort geding
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de gehuurde woning en betaling van de achterstallige huur. Gedaagde huurt sinds februari 2020 de woning en is in gebreke gebleven met de betaling van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan. De vordering omvat ontruiming binnen veertien dagen, betaling van € 5.835,- aan achterstallige huur en buitengerechtelijke kosten, en betaling van de lopende huur vanaf 1 januari 2022.
Gedaagde is niet verschenen op de mondelinge behandeling en heeft geen verweer gevoerd, waarop verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming en betaling, mede vanwege de langdurige huurachterstand en het onvermogen om de woning aan derden te verhuren. De vordering wordt toegekend, met een kleine aanpassing dat de lopende huur vanaf 1 januari 2022 wordt berekend.
De kantonrechter wijst de machtiging voor ontruiming door de deurwaarder af omdat de wet deze al voorziet. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. drs. E. van Schouten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur met rente.