ECLI:NL:RBROT:2022:1347

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 februari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
10/754502-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 4 OpiumwetArt. 3a lid 5 OpiumwetArt. 10 lid 4 OpiumwetArt. 10 lid 5 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte betrokkenheid invoer cocaïne in megazaak CAOS

In de megazaak CAOS werd verdachte beschuldigd van het samen met anderen invoeren van circa 1727 kilogram cocaïne in Nederland, dan wel de voorbereiding daarvan in de periode van 19 juli tot en met 3 augustus 2018.

De rechtbank heeft het bewijs onderzocht en oordeelt samen met de officier van justitie dat de tenlasteleggingen niet wettig en overtuigend zijn bewezen. De verdachte zou onder meer contact hebben gehad met leveranciers in het bronland, vervoermiddelen hebben gebruikt en afspraken hebben gemaakt met mededaders, maar deze feiten konden niet overtuigend worden vastgesteld.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op. De uitspraak vond plaats op 25 januari 2022, waarbij de rechtbank het bewijs en de verdediging heeft meegewogen en tot het oordeel kwam dat onvoldoende bewijs aanwezig is om tot een veroordeling te komen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij invoer en voorbereiding van invoer van cocaïne.

Uitspraak

RechtbankROTTERDAM
Team 1
Parketnummer: 10/754502-20
Datum uitspraak: 23 februari 2022
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, laatst opgegeven woon- of verblijfplaats:
[verblijfadres] in [verblijfplaats] ( [land] ).
De advocaat van de verdachte is mr. M. Sculic, advocaat te Rotterdam.
De officieren van justitie zijn mr. N. Coenen en R.S. Dhoen (hierna gezamenlijk aangeduid als de officier van justitie).
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 25 januari 2022.

De kern van het vonnis

In de zaak Fuoco, onderdeel van de megazaak CAOS, wordt de verdachte beschuldigd van het samen met anderen invoeren van 1727 kilogram cocaïne in Nederland dan wel de voorbereiding daarvan. Met de officier van justitie en de verdediging vindt de rechtbank dat de beschuldigingen tegen de verdachte niet zijn bewezen, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Hoofdstuk 1: de beschuldiging in de tenlastelegging

Zaak Fuoco

Primair
hij in of omstreeks de periode 19 juli 2018 tot en met 3 augustus 2018 te Rotterdam althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 Opiumwet Pro) ongeveer 1727 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair
hij in of omstreeks de periode 19 juli 2018 tot en met 3 augustus 2018 te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van 1727 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
  • een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, om daarbij behulpzaam te zijn en/of
  • zich en/of (een) ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
  • voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorahden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende is verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)
  • contact(en) gelegd en/of laten leggen met de leverancier(s) van verdovende middelen in (het) bronland(en) en/of
  • contact onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt en/of een of meer bespreking(en) en of ontmoeting(en) gehad met zijn/hun mededader(s) met betrekking tot het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne en/of
  • telefonisch en/of per sms en/of per chatbericht contact gehouden met één of meer (mede)dader(s)
  • zich met een Scania trekker met kenteken [kentekennummer] begeven naar de Belgische grens en/of zich vervolgens gemeld in de haven van Antwerpen voor een container met daarin die verdovende middelen.

Hoofdstuk 2: vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Hoofdstuk 3: de beslissingen in het kort en ondertekening

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. S.E.C. Debets en R.H. Kroon, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. J. Soeteman en V.C. Wennekes, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 25 januari 2022.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.