ECLI:NL:RBROT:2022:142
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep en wijziging besluit WIA-uitkering
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering per 8 januari 2019. Na een ongegrond verklaard bezwaar en het instellen van beroep, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en een onafhankelijke psychiater als deskundige aan te wijzen. Op basis van het deskundigenrapport en reacties van partijen wijzigde verweerder het bestreden besluit en erkende verzoeker recht te hebben op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder door het toekennen van de IVA-uitkering tegemoet was gekomen aan het beroep en dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van €1.897,50 aan proceskosten en het griffierecht van €48,-.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en benadrukte de verplichting van verweerder om het griffierecht te vergoeden. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.897,50 en het griffierecht van €48,-.