Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRIPLE A B.V.,
[naam eiser],
DELOITTE HOLDING B.V.,
DELOITTE RISK
1..De procedure
2..Feiten
(…)
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding tussen Triple A B.V. en Deloitte Holding B.V. inzake een geschil over inzage in persoonsgegevens en de schorsing van een concurrentiebeding. [Naam eiser] was werkzaam bij Deloitte en verrichtte werkzaamheden via Triple A B.V. op basis van een aansluitingsovereenkomst met een concurrentiebeding. Na beëindiging van deze overeenkomst ontstond een conflict over inzage in persoonlijke dossiers en e-mailcorrespondentie.
Eiser vorderde op grond van artikel 15 AVG Pro inzage en afgifte van personal folders, beoordelingsgespreksverslagen, de zakelijke e-mailbox en onderzoeksgegevens. Daarnaast verzocht hij om schorsing van het concurrentiebeding. De rechtbank oordeelde dat het inzagerecht niet bedoeld is om bewijs te vergaren of de procespositie te bepalen en dat eiser geen spoedeisend belang had. De gevorderde documenten waren deels verwijderd of reeds ter inzage aangeboden, maar niet gebruikt door eiser.
Verder concludeerde de rechtbank dat het concurrentiebeding niet rechtstreeks onder artikel 7:653 BW Pro valt, maar dat handhaving op basis van redelijkheid en billijkheid moet worden beoordeeld. Eiser had onvoldoende feiten aangevoerd om een belangenafweging in zijn voordeel te doen. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot inzage en schorsing van het concurrentiebeding af en veroordeelt eiser in de proceskosten.