ECLI:NL:RBROT:2022:1548

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 februari 2022
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
C/10/632806 / JE RK 22-248
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarig kind bij oma

De gecertificeerde instelling het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind bij haar oma. Het kind woont sinds haar geboorte bij haar oma moederszijde, waar zij een stabiele en veilige opvoedingsomgeving heeft.

De kinderrechter stelt vast dat het kind een ontwikkelingsachterstand heeft en klompvoetjes, waarvoor operaties zijn afgerond maar het een lopend proces blijft. Sinds oktober 2021 bezoekt het kind een basisschool voor speciaal onderwijs. De oma is positief gescreend door pleegzorg en kan de hulpverlening passend ondersteunen. De omgang met de moeder verloopt goed.

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt een mogelijke gezagsbeëindiging, maar kan pas over acht maanden starten. Daarom is verlenging van de huidige maatregelen noodzakelijk om continuïteit en stabiliteit te waarborgen.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 en Pro 1:265c BW is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot 27 februari 2023. De ouders en oma stemmen hiermee in. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van het kind bij haar oma worden verlengd tot 27 februari 2023.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/632806 / JE RK 22-248
Datum uitspraak: 17 februari 2022
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2017 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen: [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader].

[naam oma],

hierna te noemen: de oma moederszijde (mz), wonende te [woonplaats oma].

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 januari 2022, ingekomen bij de griffie op 28 januari 2022;
- de brief van de ouders van 2 februari 2022, ingekomen bij de griffie op 4 februari 2022;
- de brief van de oma mz, ongedateerd, ingekomen bij de griffie op 11 februari 2022.
Op 17 februari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.
Verschenen is:
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam].
Opgeroepen en niet verschenen zijn, maar met bericht van afwezigheid:
- de moeder;
- de vader;
- de oma mz.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] woont bij de oma mz.
Bij beschikking van 27 februari 2018 is [naam kind] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 27 februari 2022.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 februari 2021 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 27 februari 2022.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen met een jaar.
Ook wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De Raad voor de Kinderbescherming is gevraagd om een onderzoek te doen naar een verderstrekkende maatregel van de ouders. De Raad kan pas over acht maanden starten met dit onderzoek. Tot die tijd is het belangrijk dat de maatregelen worden verlengd. Met [naam kind] gaat het goed. Zij heeft haar draai gevonden op de nieuwe basisschool. De operaties voor haar klompvoetjes zijn afgerond, maar het blijft een lopend proces. De oma mz is positief gescreend door pleegzorg.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).
[naam kind] woont al sinds haar geboorte bij oma mz, waar zij een positieve ontwikkeling doormaakt. [naam kind] is een kwetsbaar meisje dat een ontwikkelingsachterstand heeft en geboren is met klompvoetjes. Sinds oktober 2021 gaat zij naar een basisschool voor speciaal onderwijs. De oma mz is in staat om een veilige en stabiele opvoedingsomgeving te bieden, hulpverlening voor [naam kind] te accepteren en aan te sluiten bij de behoeften van [naam kind]. Ook wordt de omgangsregeling met de moeder onderling goed geregeld. De GI heeft daarom vorig jaar besloten dat het perspectief van [naam kind] bij oma mz ligt. Onlangs is oma mz ook positief gescreend door pleegzorg. Zij zullen oma mz blijven ondersteunen en begeleiden. Het komende jaar zal de Raad onderzoek doen naar een gezagsbeëindigende maatregel van de ouders. Het is van belang dat de plaatsing van [naam kind] bij oma mz tot die tijd wordt gecontinueerd. De ouders en oma mz hebben per brief aangegeven dat zij hiermee instemmen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 27 februari 2023;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij oma mz, tot 27 februari 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2022 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 25 februari 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.