In deze zaak vordert Stichting Woonbron de ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] en ontruiming van de woning aan een adres. Uit het tussenvonnis van 11 november 2021 bleek dat [gedaagde] de woning zonder toestemming aan derden had gegeven en er niet zelf verbleef. Ondanks een tegenbewijsopdracht heeft [gedaagde] geen tegenbewijs geleverd.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichtingen als huurder. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt daarom toegewezen. De ontruiming dient binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te geschieden. Tot die tijd moet [gedaagde] de maandelijkse huur van € 518,65 blijven betalen.
Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Woonbron zijn begroot op € 629,39, te vermeerderen met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af.