ECLI:NL:RBROT:2022:1592
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens Opiumwet-overtreding afgewezen wegens onvoldoende noodzaak
Verzoekster woont in een woning die door de burgemeester voor zes maanden werd gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet. In de woning werd een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen, maar er was geen bewijs van overlast, een loop naar de woning of eerdere antecedenten.
Verzoekster voerde aan dat zij niet verantwoordelijk is voor de drugs en dat de sluiting disproportioneel is. De voorzieningenrechter oordeelde dat de motivering van de burgemeester vooral algemeen was en niet specifiek op deze situatie was toegespitst.
De rechter stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor overlast of handel aan de woning en dat de drugs waren in beslag genomen. Ook was de partner van verzoekster, die eigenaar is van de woning, in voorlopige hechtenis.
Daarom werd de noodzaak tot sluiting niet voldoende aannemelijk gemaakt en werd het bestreden besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekster kreeg het griffierecht vergoed, en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst wegens onvoldoende aannemelijkheid van de noodzaak tot sluiting.