ECLI:NL:RBROT:2022:1604

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 februari 2022
Publicatiedatum
4 maart 2022
Zaaknummer
C/10/630878 / JE RK 21-3370
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervanging gecertificeerde instelling bij ondertoezichtstelling kinderen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om de ondertoezichtstelling van drie kinderen over te dragen aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland. De kinderen staan sinds 2015 en vanaf 2019 onder toezicht, met verlengingen tot november 2022. Twee kinderen wonen sinds april 2021 bij de vader, de derde bij de moeder.

De GI Rotterdam Rijnmond verzoekt de overdracht vanwege problemen met het starten van MST-hulpverlening bij de moeder en de wens om één jeugdbeschermer voor het hele gezin te hebben. De GI Gelderland voert verweer en stelt dat de situatie bij de vader stabiel is en dat hulpverlening bij de moeder vanuit Gelderland lastig is. Ook benadrukken zij dat financiering geen belemmering vormt.

De kinderrechter concludeert dat de grootste zorgen liggen bij de opvoedsituatie bij de moeder in Rotterdam en dat het niet wenselijk of haalbaar is om de ondertoezichtstelling over te dragen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De GI wordt opgeroepen zich te bezinnen op het vervolg van de ondertoezichtstelling of afsluiting daarvan.

Uitkomst: Het verzoek tot vervanging van de gecertificeerde instelling wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/630878 / JE RK 21-3370
Datum uitspraak: 11 februari 2022
Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2006 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen: [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2007 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen: [naam kind 2] ,

[naam kind 3] ,

geboren op [geboortedatum kind 3] 2007 te [geboorteplaats kind 3] , hierna te noemen: [naam kind 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland,

hierna te noemen: de GI JB Gelderland, gevestigd te Arnhem.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 december 2021, ingekomen bij de griffie op 23 december 2021.
Op 11 februari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.
Verschenen is:
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam 1] .
De kinderrechter heeft een vertegenwoordiger van de GI JB Gelderland, [naam 2] , telefonisch gehoord.
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] ;
- de moeder;
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 26 november 2019 zijn [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 26 november 2022.

Het verzoek

De GI verzoekt de kinderrechter om de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Tot op heden is het niet gelukt om MST te laten starten, omdat de moeder niet reageert op afspraken. [naam kind 2] en [naam kind 3] wonen sinds april 2021 bij de vader in [woonplaats vader] , maar tot op heden is daar geen hulpverlening ingezet. Dit heeft te maken met de financiering nu de kinderen in een andere gemeente dan Rotterdam wonen. Aangezien [naam kind 1] nog bij de moeder in [woonplaats moeder] woont, maar vanwege de zorgregeling wel wordt meegenomen met de opvoedondersteuning van het wijkteam bij de vader thuis, wil de GI de ondertoezichtstelling van alle kinderen overdragen. Het is wenselijk om één jeugdbeschermer voor het hele gezin te hebben.

Het standpunt van de GI JB Gelderland

De GI JB Gelderland heeft ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI.
JB Gelderland heeft vraagtekens bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De indruk bestaat dat de opvoedingssituatie bij de vader voldoende stabiel is. Daarnaast is het moeilijk om vanuit Gelderland hulpverlening bij de moeder in Rotterdam in te zetten. De GI JB Gelderland vraagt zich af wat zij nog kunnen bewerkstelligen in het gezin wat eerder nog niet is gelukt. Daarnaast vormt de financiering voor het inzetten van de hulpverlening van het wijkteam geen probleem en kan dat worden geregeld met de gemeente.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] van 2015 tot 2018 en vanaf 2019 onder toezicht staan van de GI. [naam kind 2] en [naam kind 3] wonen sinds april 2021 bij de vader in [woonplaats vader] . Sindsdien is er in de thuissituatie bij de vader geen hulpverlening ingezet. Tot op heden zijn er geen zorgen gemeld over [naam kind 2] en [naam kind 3] . [naam kind 1] woont bij de moeder in [woonplaats moeder] . Er zijn met name zorgen over de moeder en de omgang met de kinderen. De GI vindt het nodig dat MST wordt ingezet, maar dat is niet van de grond gekomen omdat de moeder tot nu toe onvoldoende meewerkt aan de hulpverlening. Indien hulpverlening bij de vader thuis noodzakelijk wordt geacht, dan zou dit volgens JB Gelderland zonder financiële belemmering via het wijkteam kunnen worden opgezet.
Gelet op vorenstaande ziet de kinderrechter onvoldoende reden om de ondertoezichtstelling over te dragen aan de GI Jeugdbescherming Gelderland. Het is niet wenselijk en haalbaar om de ondertoezichtstelling over te dragen, terwijl de grootste zorgen zijn gelegen rondom de opvoedsituatie bij de moeder en haar omgang met de kinderen, in Rotterdam. De kinderrechter wijst het verzoek van de GI daarom af. De kinderrechter constateert ook dat er tot op heden weinig is gebeurd gedurende de ondertoezichtstelling. Het is aan de GI om zich te bezinnen hoe en of de ondertoezichtstelling dient te worden voortgezet of dat kan worden toegewerkt naar een afsluiting.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2022 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 22 februari 2022.
Tegen deze beslissing staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.