De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om de ondertoezichtstelling van drie kinderen over te dragen aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland. De kinderen staan sinds 2015 en vanaf 2019 onder toezicht, met verlengingen tot november 2022. Twee kinderen wonen sinds april 2021 bij de vader, de derde bij de moeder.
De GI Rotterdam Rijnmond verzoekt de overdracht vanwege problemen met het starten van MST-hulpverlening bij de moeder en de wens om één jeugdbeschermer voor het hele gezin te hebben. De GI Gelderland voert verweer en stelt dat de situatie bij de vader stabiel is en dat hulpverlening bij de moeder vanuit Gelderland lastig is. Ook benadrukken zij dat financiering geen belemmering vormt.
De kinderrechter concludeert dat de grootste zorgen liggen bij de opvoedsituatie bij de moeder in Rotterdam en dat het niet wenselijk of haalbaar is om de ondertoezichtstelling over te dragen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De GI wordt opgeroepen zich te bezinnen op het vervolg van de ondertoezichtstelling of afsluiting daarvan.