VGZ Zorgverzekeraar vordert van [gedaagde] een bedrag van €119,95 terug dat zij onverschuldigd aan hem heeft betaald nadat hij per 1 januari 2020 was overgestapt naar een andere zorgverzekeraar. VGZ stelt dat de automatische incasso voor januari 2020 werd gestorneerd, waardoor het betaalde bedrag ten onrechte aan [gedaagde] is uitgekeerd.
[gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat hij vanaf 1 januari 2020 niet meer verzekerd was bij VGZ en dus geen premie verschuldigd is. De kantonrechter constateert dat VGZ inderdaad het bedrag aan [gedaagde] heeft betaald en dat de incasso is teruggedraaid, waardoor sprake is van onverschuldigde betaling die terugbetaald moet worden.
De gevorderde verschenen rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat VGZ de grondslag van haar vordering pas laat heeft toegelicht, waardoor het onredelijk is deze kosten aan [gedaagde] toe te rekenen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf het moment dat [gedaagde] op de hoogte was van de vordering. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.