ECLI:NL:RBROT:2022:1691
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve inschrijving en bestuurlijke boete wegens niet doorgeven adreswijziging
Eiseres was ingeschreven op een adres waarover twijfel bestond vanwege overlastmeldingen en huisbezoeken. Na meerdere huisbezoeken en onderzoek concludeerde verweerder dat eiseres en haar zoon hun hoofdverblijf hadden op een ander adres, waarop zij ambtshalve werden ingeschreven en een boete kregen opgelegd wegens het niet doorgeven van de adreswijziging.
Eiseres voerde aan dat haar hoofdverblijf op het oorspronkelijke adres was en dat het zwaartepunt van haar leven daar lag. De rechtbank oordeelde echter dat de beoordeling van het hoofdverblijf moest plaatsvinden op de datum van het kenbaar maken van het voornemen tot ambtshalve registratie, waarbij het actuele verblijf niet relevant was.
Op basis van huisbezoeken, bankafschriften, loonstrookjes en informatie van de afdeling leerplicht was het redelijk te vermoeden dat eiseres en haar zoon hun hoofdverblijf hadden op het ambtshalve geregistreerde adres. Tegenbewijs zoals inschrijfformulieren en treinkaartjes konden dit vermoeden niet weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het besluit tot ambtshalve inschrijving en boete had genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ambtshalve inschrijving en opgelegde boete wordt ongegrond verklaard.