Eiser kocht op of rond 3 augustus 2020 een tweedehands Ford Ka van gedaagde voor €750,- zonder schriftelijke koopovereenkomst. Kort na aankoop bleek de auto olielekkage te vertonen, die eiser op 19 september 2020 door een derde liet repareren. Tevens constateerde eiser roestplekken en verving hij enkele onderdelen. Hij vorderde vervolgens vergoeding van deze herstelkosten en incassokosten van gedaagde, stellende dat de auto non-conform was en gedaagde naliet de gebreken te herstellen.
Gedaagde betwistte de non-conformiteit en stelde dat eiser een goedkope inruilauto had gekocht met bekende gebreken die als adviespunten bij de APK waren vermeld. Gedaagde wees erop dat eiser niet op een reparatieafspraak verscheen en dat er geen ingebrekestelling was gedaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat gedaagde in verzuim was geraakt, omdat geen schriftelijke ingebrekestelling was gegeven en geen redelijke termijn tot nakoming was verstreken. Zonder verzuim kon eiser geen recht op schadevergoeding ontlenen. De rechtbank hoefde daardoor niet te beoordelen of de auto non-conform was. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.