In deze zaak gaat het om de vaststelling van een definitieve zorgregeling voor twee minderjarige kinderen na een voorlopige regeling en een traject bij Kinderen uit de Knel (KUK).
De man had uit eigen beweging zijn deelname aan het KUK-traject beëindigd, terwijl de vrouw wel wilde meewerken. De man stelde dat dit was vanwege het niet nakomen van afspraken door de vrouw, slechte communicatie en negatieve uitlatingen over hem in het bijzijn van de kinderen. De vrouw weersprak deze stellingen.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden die de man aanvoerde niet uitzonderlijk waren en juist de reden zijn waarom het KUK-traject bestaat. De rechtbank veronderstelde dat de man door zijn advocaat was gewezen op het belang van deelname aan het traject en dat het niet passend was om dit eenzijdig te beëindigen. Door het beëindigen van zijn deelname ontnam de man de vrouw de mogelijkheid om het conflict constructief op te lossen.
De rechtbank besloot daarom het voorstel van de vrouw leidend te laten zijn bij de definitieve zorgregeling. De regeling bepaalt dat de kinderen eenmaal per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag na het avondeten bij de man verblijven, waarbij de vader van de man de kinderen ophaalt en terugbrengt. Daarnaast is er eenmaal per veertien dagen op donderdag contact via video bellen en verblijven de kinderen de helft van de vakanties en feestdagen bij de man. Elke partij draagt de eigen proceskosten.