De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige met ernstige gedragsproblemen. De minderjarige verblijft sinds september 2020 op een gesloten groep van Bergse Bos en vertoont moeilijk te reguleren emoties die gevaar voor zichzelf en anderen opleveren.
Na een incident in december 2021 werd het traject van thuisplaatsing bij de moeder stopgezet. De ouders en de minderjarige zelf stemmen in met verlenging van de machtiging. De gecertificeerde instelling licht toe dat het noodzakelijk is de gesloten jeugdhulp voort te zetten om onrust te voorkomen en om verder onderzoek en behandeling mogelijk te maken.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet zijn vervuld: de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen belemmeren de ontwikkeling en het verblijf is noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de hulp onttrekt. De machtiging wordt voor zes maanden verlengd, waarbij een kortere termijn onrust zou veroorzaken. De kinderrechter dringt aan op spoedig onderzoek naar de onderliggende problematiek en passende behandeling.