Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 4 januari 2022, met producties;
- de aanvullende productie van [eiser];
- het e-mailbericht van 21 januari 2022 van [gedaagde];
- de schriftelijke reactie, gedateerd op 28 januari 2022, van [gedaagde].
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- de woning binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden, voor zover deze laatste niet het eigendom van [eiser] zijn, en onder afgifte van de sleutels aan [eiser] ter beschikking te stellen;
- tot betaling van € 3.500,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 1%, althans de wettelijke rente, vanaf de dag van verschuldigdheid van de huur, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling;
- tot betaling van een vergoeding van € 1.400,00 per maand vanaf 1 februari 2022 voor iedere maand dat [gedaagde] in gebreke blijft de woning te ontruimen;
- tot betaling van de proceskosten welke vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis moet worden vermeerderd met de contractuele rente van 1%, althans de wettelijke rente.
4..Het verweer
5..De beoordeling van de vordering
- het proces-verbaal waarin de incidenten van 15 november 2021 zijn omschreven, en de daarbij behorende foto’s die naar [eiser] zijn gestuurd;
- de weergave van de correspondentie/gesprekken die tussen (de gemachtigde van) [eiser] en [gedaagde] naar aanleiding van overlastmeldingen (zie 2.3/2.8/2.12) hebben plaatsgevonden;
- het proces-verbaal waarin het incident van 3 december 2021 is omschreven;
- de vele overlastmeldingen van verschillende bewoners uit het complex;
6..De beslissing
- € 367,21 aan verschotten;
- € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde;