Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 2 november 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 17 januari 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
- 24 november 2021 € 110,00 betaald aan de gemachtigde van Vestia;
- 7 december 2021 € 1.380,18 betaald aan Vestia;
- 17 december 2021 € 110,00 betaald aan de gemachtigde van Vestia.
5..De beoordeling van de vordering
6..De beslissing
- € 4.471,02 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand februari 2022, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over het saldo dat na elke credit- en debet mutatie heeft uitgestaan vanaf 2 november 2021 dan wel de opeisbaarheid van de respectievelijke huurtermijnen tot aan de dag van volledige betaling;
- € 732,17 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
- € 31,66 aan verschenen rente berekend tot 2 november 2021;
- € 630,60 aan verschotten;
- € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde;