Bouwkundig Buro Laban vorderde betaling van openstaande facturen van [persoon A] voor architecten- en tekenwerkzaamheden. Laban stelde dat zij door Aannemingsbedrijf Deurloo was ingeschakeld en dat de werkzaamheden namens [persoon A] waren uitgevoerd. [persoon A] betwistte dat er een overeenkomst tot stand was gekomen en dat hij akkoord had gegeven op de offertes.
De rechtbank stelde vast dat Laban wel ontvankelijk was, maar dat zij niet had voldaan aan haar stelplicht om aannemelijk te maken dat [persoon A] het aanbod had aanvaard. Noch in de dagvaarding, noch in de conclusie van antwoord in oppositie was gesteld dat sprake was van aanvaarding. Dit ontbrak ook na de uitdrukkelijke betwisting door [persoon A].
Gelet hierop ontbrak de grondslag voor de vorderingen van Laban. De rechtbank vernietigde het eerdere verstekvonnis en wees de vorderingen alsnog af. Laban werd veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, vastgesteld op €622,-. Het vonnis werd uitgesproken door rechter B.J.R. van Tongeren.