Stichting Vestia vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot een bedrijfsruimte te Rotterdam en ontruiming van het gehuurde wegens een aanzienlijke huurachterstand. De huurovereenkomst liep van 1 september 2019 tot 31 augustus 2024, waarbij de huurder maandelijks € 678,88 aan huur verschuldigd was.
Ondanks sommatie tot betaling bleef de huurder in gebreke en erkende de huurachterstand van € 7.267,42 tot en met januari 2022. De huurder stelde dat de betalingsachterstand voortkwam uit het niet betalen door een onderhuurder, maar dit ontsloeg haar niet van de betalingsverplichting jegens Stichting Vestia.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand voldoende grond is voor ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en maandelijkse huur tot aan de ontruiming. Schadevergoeding over de periode na ontruiming wordt op te maken bij staat vastgesteld.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.