Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Sociale Zaken IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw M. van der Zalm, werkzaam bij Stedam Bewind B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, gebaseerd op een Participatiewet-uitkering en een prognoseakkoord, waarbij een deel van de schulden wordt afgelost tegen finale kwijting. De totale schuldenlast bleek hoger dan aanvankelijk geraamd, maar verzoekster en schuldhulpverlening konden het aangeboden percentage handhaven door een extra inleg van €1.700.
Dertig van de eenendertig schuldeisers stemden in met de regeling, maar schuldeiser Capabel, met een vordering van €7.234,80 (12,64% van de schuldenlast), weigerde mee te werken. Capabel stelde dat verzoekster niet het maximale aanbod deed, omdat haar inkomenspositie mogelijk zou verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder weegt dan dat van Capabel. Het voorstel is deskundig getoetst, goed gedocumenteerd en het prognoseakkoord biedt ruimte voor inkomensverbetering. De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en beval Capabel tot instemming met de schuldregeling.
Uitkomst: De rechtbank beveelt schuldeiser Capabel om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.