Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
De echtscheiding is inmiddels ingeschreven bij de gemeente.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn na hun echtscheiding in een geschil geraakt over het huurrecht van de gezamenlijke woning waar zij met hun minderjarige kinderen wonen. De rechtbank Rotterdam heeft in de echtscheidingsbeschikking bepaald dat het huurrecht toekomt aan de vrouw vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld om de woning te verlaten en zich uit te schrijven van het adres, vanwege het negatieve effect van de gezamenlijke bewoning op het welzijn van haar en de kinderen, en het mislopen van toeslagen. De man stelt dat er een afspraak is dat hij mag blijven totdat hij een andere woning vindt, en wijst op spanningen veroorzaakt door de vrouw.
De kantonrechter oordeelt dat de eis in reconventie van de man niet toelaatbaar is omdat deze niet tijdig is aangekondigd. De primaire vordering van de vrouw wordt toegewezen omdat onvoldoende is gebleken van een geldige afspraak die de man het recht geeft onbeperkt te blijven. De man krijgt tien dagen na betekening om de woning te verlaten, met een dwangsom gemaximeerd op €5.000. De kosten van het geding worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld om binnen tien dagen de woning te verlaten en zich uit te schrijven, met een dwangsom bij niet-naleving.