Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mr. J. Pearson, advocaat;
- mevrouw N. van den Bergh, beschermingsbewindvoerder,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 18 januari 2022 een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet tot het treffen van een voorlopige voorziening om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 3 december 2021. Verzoeker staat sinds 20 december 2021 onder beschermingsbewind en ontvangt een netto inkomen van €1.520, terwijl de huur €913,08 bedraagt. De beschermingsbewindvoerder heeft de huur voor december 2021 en januari 2022 betaald en verklaart dat de vaste lasten van het inkomen kunnen worden voldaan.
Verweerster heeft niet gereageerd op het verzoek. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming op 24 januari 2022. De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De rechtbank acht aannemelijk dat de lopende termijnen betaald zullen worden.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden, verlengt de huurovereenkomst voor die periode en stelt als voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid om later een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige betaling van lopende termijnen.