De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind tot 11 maart 2023. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar haar situatie is onvoldoende verbeterd om terugplaatsing mogelijk te maken.
De moeder heeft onvoldoende stappen gezet in het accepteren en naleven van hulpverlening, waaronder gesprekken met een psycholoog en contact met de reclassering. Zij verbleef veertien dagen in voorlopige hechtenis, wat ook voor verwarring bij het kind zorgde. De bezoekregeling is daarom teruggebracht om de veiligheid van het kind te waarborgen.
Het kind verblijft in een pleegzorgvoorziening en krijgt behandeling voor hechtingsstoornissen en trauma. De pleegouders en de gecertificeerde instelling steunen het verzoek tot verlenging. De kinderrechter constateert dat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de moeder onvoldoende stabiliteit biedt.
Er is een onderzoek tot gezagsbeëindiging aangevraagd bij de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank acht verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van het kind en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.