Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, gebaseerd op een prognoseakkoord met een aflospercentage van 2,76% voor preferente en 1,38% voor concurrente schuldeisers. Hoewel de meeste schuldeisers instemden, weigerde de gemeente Rotterdam mee te werken vanwege vijf vorderingen ter hoogte van € 8.544,17, gebaseerd op fraude- en boetevorderingen.
De rechtbank overweegt dat hoewel schuldeisers in principe recht hebben op volledige betaling, artikel 287a Faillissementswet de rechtbank bevoegd maakt om een schuldeiser te bevelen in te stemmen met een schuldregeling na belangenafweging. De gemeente Rotterdam heeft geen bijzondere positie en haar belang bij weigering weegt minder zwaar dan de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers.
Verzoeker toont aan dat hij stabiel is, onder beschermingsbewind staat, geen nieuwe schulden maakt en actief werkt aan werkhervatting, onder meer via een cursus en werkbegeleiding. De regeling is deskundig getoetst en goed gedocumenteerd. De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af vanwege de geldende tienjaarstermijn.
De rechtbank beveelt de gemeente Rotterdam om in te stemmen met de schuldregeling en veroordeelt haar in de proceskosten. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming, waardoor verzoeker zijn schulden kan blijven aflossen zonder dat sprake is van wanbetaling.