Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2022:2016

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
FT RK 22.64
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 6 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring LeaseQ B.V. wegens opgehouden te betalen

Op 11 februari 2022 heeft CARE4LEASE B.V. een verzoekschrift ingediend tot faillietverklaring van LEASEQ B.V., gevestigd te Schiedam en statutair te Rotterdam. Tijdens de zitting op 8 maart 2022 erkende LEASEQ B.V. de opeisbare vorderingen van CARE4LEASE B.V. en andere steunvorderingen, en voerde geen verweer tegen het faillissementsverzoek.

De rechtbank oordeelde dat het centrum van voornaamste belangen van LEASEQ B.V. in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen. Op basis van artikel 6 van Pro de Faillissementswet werd vastgesteld dat LEASEQ B.V. in staat van faillissement verkeert omdat zij haar opeisbare schulden niet meer voldoet en er sprake is van pluraliteit van schuldeisers.

De rechtbank wees het verzoek tot faillietverklaring toe, benoemde mr. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris en mr. J.O. Bijloo tot curator. Tevens werd de curator gemachtigd tot het openen van brieven en telegrammen gericht aan de gefailleerde. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart LeaseQ B.V. failliet wegens opgehouden te betalen en benoemt een curator en rechter-commissaris.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 15 maart 2022
VONNIS op het op 11 februari 2022 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CARE4LEASE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
verzoekster,
advocaat: mr. L.J.J. Kerstens en mr. G.P. de Gruijter,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEASEQ B.V.,
gevestigd te Philippusweg 2,
3125 AS Schiedam,
statutair gevestigd te Rotterdam,
verweerster.

1.De procedure

Op 8 maart 2022 zijn in raadkamer gehoord, verzoekster, bij monde van haar advocaten
mr. L.J.J. Kerstens en mr. G.P de Gruijter. Namens verweerster is gehoord de heer
[naam 1] en de heer [naam 2] (middellijk bestuurders).
Voorafgaand aan de zitting heeft verzoekster op 7 maart 2022 nadere producties ingediend.
Ter terechtzitting zijn door verweerster nadere stukken overgelegd aan de rechtbank, welke na de zitting door verweerster aan verzoekster zijn doorgestuurd.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Standpunt van partijen

Voor zover van belang is door partijen het volgende aangevoerd.
Verzoekster heeft in haar verzoekschrift en in haar pleitnotitie gesteld dat zij een opeisbare vordering heeft op verweerster en dat verweerster verkeert in een toestand van opgehouden zijn te betalen nu zij, naast de vordering van verzoekster, ook andere schulden onbetaald laat.
De heer [naam 2] , heeft namens verweerster ter zitting de vordering van verzoekster alsmede de steunvorderingen erkend. Verweerster voert geen verweer tegen het uitspreken van het faillissement.

3.De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
Ingevolge artikel 6 van Pro de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen, indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl tenminste één vordering opeisbaar is.
Op basis van het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verweerster de opeisbare vorderingen van verzoekster heeft erkend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vorderingsrechten van verzoekster op verweerster summierlijk is gebleken. Tevens heeft verweerster de steunvorderingen erkend. Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.

4.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart LEASEQ B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.C.A.T. Frima, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. J.O. Bijloo, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
J. Hillen-Huizer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2022 te 10:00 uur. [1]
de griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.