ECLI:NL:RBROT:2022:2026
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag herzien naar nihil wegens overschrijding maximale huurgrens
Eiser huurde sinds 2011 een woning te Schiedam en ontving voorschotten huurtoeslag over 2017 en 2018. Verweerder stelde vast dat de rekenhuur, inclusief servicekosten, hoger was dan de maximale huurgrens van € 710,68, waardoor huurtoeslag niet toekwam.
Eiser voerde aan dat zijn woning als sociale huurwoning was aangemerkt en dat hij onterecht voorschotten had ontvangen die later teruggevorderd werden. De rechtbank oordeelde dat eiser bij de aanvraag alleen de kale huur had opgegeven, terwijl servicekosten van invloed zijn op de rekenhuur. Verweerder heeft de voorschotten daarom terecht herzien naar nihil.
De rechtbank verwierp het bezwaar tegen de hoogte van de terugvordering van € 2.165,- over 2017 omdat eiser geen specifieke gronden had aangevoerd. Ook werd een motiveringsgebrek in het bestreden besluit gepasseerd omdat dit geen praktische gevolgen had voor eiser.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de terugvordering gehandhaafd. De rechtbank wees op het recht van eiser om binnen zes weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de herziening van de huurtoeslag naar nihil vanwege overschrijding van de maximale huurgrens.