Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Gemeente Overflakkee (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer C. Mulder, werkzaam bij Rapport Rotterdam Zuid V.O.F. (hierna: beschermingsbewindvoerder),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om ABN Amro te bevelen mee te werken aan een schuldregeling die twaalf van de dertien schuldeisers al hadden aanvaard. ABN Amro weigerde in te stemmen vanwege twijfels over de goede trouw van verzoeker en de onderbouwing van het voorstel.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker een stabiele situatie heeft met een fulltime baan en beschermingsbewind, dat het voorstel goed is gedocumenteerd en dat het spaarsaldo wordt meegenomen in de regeling. De meerderheid van schuldeisers stemde in met het akkoord.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van ABN Amro bij weigering. De toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zou minder opleveren voor schuldeisers dan het akkoord. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: ABN Amro wordt bevolen mee te werken aan de door verzoeker aangeboden schuldregeling.