ECLI:NL:RBROT:2022:2046
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Eiseres, werkzaam als fitnessbegeleider, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens gezondheidsklachten. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport vast dat zij 23,25% arbeidsongeschikt was, waardoor zij geen recht had op een uitkering. Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische klachten, waaronder PTSS, onvoldoende waren meegewogen en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had alle relevante medische informatie, waaronder recente en oudere rapportages, betrokken in zijn beoordeling. De beperkingen waren duidelijk en begrijpelijk gemotiveerd, en de arbeidsdeskundige had passende functies vastgesteld die eiseres met haar beperkingen kon vervullen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende medisch objectief bewijs had geleverd om het oordeel van het UWV te weerleggen. De ervaren klachten van eiseres waren niet doorslaggevend zonder objectieve onderbouwing. De conclusie was dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen WIA-uitkering kreeg toegewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter Rijlaarsdam op 17 maart 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor de WIA-uitkering wordt geweigerd.