De curator in het faillissement van een meerderheidsaandeelhouder verzocht de rechtbank om machtiging om namens de boedel een algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) bijeen te roepen van de vennootschap waarin de failliete partij 52% van de aandelen hield. De curator wilde benoeming van een tweede bestuurder en vaststelling van diens bezoldiging agenderen.
De vennootschap en de andere aandeelhouder, die 48% van de aandelen bezit, verzetten zich tegen het verzoek. Zij stelden dat er geen redelijk belang is voor de curator en dat het verzoek de financiering en continuïteit van de vennootschap in gevaar brengt. Ook is er een geschil over de stemverhouding tussen de aandeelhouders, mede door een optieovereenkomst die voorziet in een 50/50 verhouding, ondanks de feitelijke aandelenverdeling.
De rechtbank oordeelde dat hoewel aan de formele vereisten voor het verzoek was voldaan, de materiële belangenafweging in het voordeel van de vennootschap uitviel. De onduidelijkheid over de stemverhouding en het risico op ongeldige besluiten bij een AvA maken het verzoek ongeschikt voor deze procedure. De curator handelt in strijd met redelijkheid en billijkheid door toch een beroep te doen op zijn meerderheidsaandeel. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.